Dr. Mark Kinzer

Dr. Mark Kinzer

Heer, herstelt U in deze tijd het Koninkrijk voor Israël?

Vorige maand publiceerden we in dit blad een samenvatting van de lezing van Mark Kinzer van 21 maart tijdens een bezinningsdag van de Theologische Universiteit Apeldoorn over dit omstreden Bijbelvers. De consequentie van zijn uitleg van Hand. 1:6-11 voor vandaag, het slot van Marks lezing, drukken we hieronder integraal af.

“Er is dus helemaal niets in Hand. 1:6-11 dat erop wijst dat Jezus de visie van zijn apostelen, die geloven in de blijvende betekenis van Jeruzalem in het plan van God en dat op een of andere manier het koninkrijk hersteld zal worden aan Israël op die plaats, corrigeert.

Dr. Mark Kinzer

Joop Akker

Lezen Hand. 1:1-11 Na zijn opstanding uit de dood verscheen Jesjoea aan zijn discipelen, veertig dagen lang, en sprak met hen over de dingen van het Koninkrijk van God. Aan het eind van die periode brandde de discipelen slechts een vraag op de lippen: “Here, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?” De christelijke theologie en Bijbeluitleg heeft in het algemeen deze vraag als fout bestempeld. Israël had immers haar taak volbracht met het voortbrengen van de Messias, het heil was nu universeel geworden en het Koninkrijk zou voortaan zijn: het leven door de Heilige Geest onder Jezus’ volgelingen na het aanvaarden van het goede nieuws.
Tijdens een goed bezochte studiedag van de Theologische Universiteit Apeldoorn op 21 maart legde de Amerikaanse Messiaans-Joodse Bijbelwetenschapper Dr. Mark Kinzer uit waarom deze opvatting Bijbels gezien onjuist is.

Wegwijzer naar Jeruzalem

Ds. S.P. Tabaksblatt

In 1964 verscheen in de Hadderech een artikel van ds, Tabaksblatt over Gods toekomst voor Israël en de volkeren volgens het Oude Testament. Hierin geeft hij een korte samenvatting van wat Tenach zegt over de tijd wanneer God verschenen zal zijn op aarde en Zijn heerlijkheid openbaar geworden zal zijn. Het leek ons een hoopvol begin van het nieuwe jaar, iets om naar uit te zien.

naar Mr. Isaäc da Costa

Meer dan 25 jaar hield Isaäc da Costa elke zondagavond bij hem thuis in Amsterdam  Bijbellezingen. Deze werden opgetekend en later uitgegeven door een J.F. Schimsheimer. Da Costa becommentarieerde bij die gelegenheden de Bijbel, vaak vers voor vers en woord voor woord; dichterlijk en in 19e-eeuwse bloemrijke taal. De redactie heeft een selectie gemaakt van zijn treffendste gedachten bij de beschrijving van Jesjoea’s geboorte in Lucas 2:1-20, en deze weergegeven in eigentijdsere bewoordingen.

De vreugde van het evangelie

Thea Ornstein

Het bestuur koos ʽde vreugde van het evangelieʼ als thema voor ons nieuwe verenigingsjaar. Met elkaar hopen we hier de komende tijd over na te gaan denken. De betekenis van het woord evangelie is ‘blijde tijding̕  of ‘tijding van overwinning̕ . Deze tijding geeft ons toekomst en de Bijbel staat van voor naar achter vol met deze positieve tijding. Inspirerend en onnoemelijk rijk. We kunnen er mee leven en we kunnen er ook mee sterven. Hij overstijgt alle moeite en geeft mogelijkheden en vrijheid. Geeft hoop, moed en kracht in moeilijke tijden, ook in verdriet. Maar wat is dan die goede tijding?

Redding van Gods toorn

Dr. A. Saphir

Is de God van het Nieuwe Testament anders dan die van het Oude?                

De afgelopen maanden zijn diverse bezwaren tegen het Oude Testament de revue gepasseerd. Deze maand behandelen we de regelmatig gehoorde opvatting dat de God van het Oude Testament een andere zou zijn dan die van het Nieuwe. De God van het Nieuwe zou liefde zijn en die van het Oude zou een God van toorn zijn. De oorzaak van deze misvatting is volgens Dr. Adolph Saphir een verkeerd begrijpen van de Bijbel. Feitelijk is het Oude Testament veel genadiger en het Nieuwe Testament veel strenger dan wel wordt aangenomen. Een ernstige boodschap dus deze maand maar ons inziens wel een noodzakelijke om ons behoud naar waarde te kunnen schatten en om een idee te krijgen van het risico dat men loopt als men de Messias afwijst.

Abram Poljak

Abram Poljak

Het Pinksterfeest is weer in aantocht en nu is het de vraag: Denken we alleen aan de Heilige Geest die 2000 jaar geleden op de gemeente te Jeruzalem werd uitgestort? Of ook aan de Heilige Geest van vandaag en in ons midden? En hebben wij Hem?
Op deze vraag zullen velen snel en opgewekt antwoorden: Wij hebben Hem! We hebben de geestesdoop ontvangen, want wij profeteren, spreken in tongen etc..
Maar is dit een geldig bewijs? Niet altijd. Een ontroering, een geestelijke ervaring, een inzicht, het spreken in tongen. Dat zijn inderdaad gaven van de Heilige Geest. Maar een gave is niet de Gever, het is slechts een deel van het geheel. En op de Gever komt het aan, op de volheid.

Dr. A. Saphir

“Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden.”
Het woordje ‘en̕ herinnert ons eraan dat de mens niet alleen elke dag brood maar ook dagelijks vergeving nodig heeft. Het eerste deel, de vierde bede van het Onze Vader, wijst ons erop dat we mensen, het tweede dat we zondaren zijn.

Dr. A. Saphir

Een bezwaar dat tegen het Oude Testament ingebracht wordt, is dat haar heiligen zo wraakzuchtig zijn. Ze schijnen de vernietiging van de goddelozen te wensen en er zelfs om te bidden. Een uitroep als “hun tafel worde voor hun aangezicht tot een strik (Ps. 69:23)!” is in de Bijbel volstrekt normaal. Is dat niet volkomen in strijd met de geest van het Nieuwe Testament?

Citaten van Joodse christenen

Ik hoop dat de Geest van God mij zal bewaren om ooit iets boven of in plaats te stellen van het eeuwig-blijvend woord van God.


(Dr. A. Capadose, 1795-1874. Sefardisch-Joodse arts, vriend van Isaäc da Costa, behoorde tot het Réveil.

De bekering van Dr. A. Capadose, blz. 35)