Marjorie W. Eberlé-Gotlib                                                              

Tussen Pasen en Pinksteren liggen 49 dagen. Het Joodse volk telt ze met nadruk, terwijl het tevens rouwt omdat het bij uitstek dagen van uitmoording en vervolging zijn geweest door de christelijke eeuwen heen.
Op de 6e Siewan (in de 3e maand van het Joodse jaar), 50 dagen na Pesach, viert ons volk Sjawoeoth (wekenfeest).

Lees meer...

Joop Akker

lezing tijdens studiedag CIS in Ede op 23 november 2016

Verantwoording

Omdat de andere inleiders van vandaag hebben het over de Joodse (Bijbelse) feesten en hun relevantie voor kerk hebben, leek het mij aardig om het over de christelijke feesten te hebben. En te laten zien dat dit eigenlijk ook Joodse feesten zijn.

Lees meer...

Marjorie W. Eberlé-Gotlib

De wereld werd volgens de joodse traditie geschapen op de eerste van de maand tisjrie; daarom wordt dit ‘de verjaardag van de wereld’ genoemd. Die eerste tisjrie heet dan ook Rosj Hasjana = hoofd of begin van het jaar. De maand tisjrie is evenwel de zevende maand van het joodse kalenderjaar en niet de eerste, zoals u zult verwachten.
Die eerste maand is nissan; ze is dat geworden nadat het volk uit Egypte werd bevrijd.

Lees meer...

Moshe I. Ben Meir

En Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de hele wereld (1Joh. 2:2).

In de slotliturgie van de Grote Verzoendag klinken de woorden: “Er is voor ons geen pleiter”. De toestand is dus moeilijk en tragisch.
De Almachtige is heilig en wij zijn van top tot teen zondig, zodat gemeenschap met de Eeuwige onmogelijk is. Wij hebben een pleiter nodig. Hoewel de Joden Abraham, Isaäk, Jakob, Mozes, David, Sara, Rebekka, Rachel, Lea en al de andere gestorvenen aanroepen, opdat zij bij het hemelse gericht voor hen opkomen, leeft er toch sterk het gevoel dat er geen echt doeltreffende voorspraak is.

Het Messiaanse Jodendom echter wijst deze stelling af.  Wij leven in het volle vertrouwen dat wij een echte voorspraak hebben en dat de toestand daarom zeer hoopvol is. In de brief aan de Hebreeën (7:25) lezen we: “Daarom kan Hij ook volkomen behouden wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten”. In de brief aan de Romeinen (8:26,27) wordt een tweede pleiter vermeld: “Want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit”. Wij hebben dus niet slechts één pleiter, maar twee: de Messias Jezus en de Heilige Geest.

Lees meer...

Victor Buksbazen

“In Jeruzalem werd het feest van de tempelwijding gevierd; het was winter. Jezus liep in de tempel, in de zuilengang van Salomo (Joh. 10:22 en 23).”


Het acht dagen durende feest van Chanoeka begint jaarlijks op de 25e van de Joodse maand Kislew. Chanoeka valt vaak in dezelfde maand als het kerstfeest. Dit is geen toeval. We zullen straks zien wat Chanoeka en het kerstfeest met elkaar te maken hebben, maar eerst iets over Chanoeka.

Lees meer...

Marjorie W. Eberlé-Gotlib

In Lucas 1:26-34 lezen we de bekende woorden:

“In de zesde maand nu werd de engel Gabriël van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth, tot een maagd die ondertrouwd was met een man genaamd Jozef, uit het huis van David en de naam der maagd was Maria. En toen hij bij haar binnengekomen was, zei hij: Wees gegroet, gij begenadigde, de Here is met u. Zij ontroerde bij dat woord en overlegde welke de betekenis van die groet mocht zijn. En de engel zeide tot haar:

Lees meer...

Marjorie W. Eberlé-Gotlib

Driemaal per jaar moet het joodse volk volgens bijbels voorschrift (Deut.16:8,10,13) feestvieren. Het eerste feest is Pesach (Pasen), het tweede Sjavoeot (Wekenfeest, 7 weken na Pasen) en het derde is Soekkot (Loofhuttenfeest). De eerste twee feesten zijn in de christenheid zeer bekend, maar van Loofhuttenfeest bemerkt men in de christelijke traditie niet veel.

Lees meer...

Marjorie W. Eberlé-Gotlib

Een leeg graf en een opgestane Heer, daar hebben wij nog steeds mee te leven.
Geen gemakkelijke opdracht voor velen die het van het ‘zien’ moeten hebben; en zijn we dat niet allemaal elke dag weer? Zelfs Petrus en Johannes konden na drie jaar omgang met Jezus niet geloven dat  Hij was opgestaan.

Lees meer...

Marjorie W. Eberlé-Gotlib

Hoewel het nu november is, gaan wij in gedachten terug naar 21 oktober jl., toen ons volk het slotfeest vierde. De laatste voorlezing van de torah vond plaats en de volgende dag, de 22ste, begon men opnieuw, om weer precies een joods kalenderjaar rond de torah in sjoel voor te lezen; deze dag heet Simchat Torah. Het is een hoge eer de laatste of eerste stukken te mogen lezen. Zij die lezen worden chataniem (bruidegoms) genoemd. De dienst is feestelijk, veel licht en opgewekte melodieën bij het zingen. In sommige sjoels maakt men rondgangen en danst men met de Torah-rollen in de armen. Men verheugt zich over de torah, de leer die de grondslag van de bijbel en het leven is.

Lees meer...

Marjorie W. Eberlé-Gotlib

Poerim is een bijbels vreugdefeest ter herinnering aan de redding van het joodse volk tijdens de door Haman geplande vernietiging van alle in het Perzische rijk wonende Joden. Het feest valt  altijd op de 14e adar, dit jaar op 21 maart. In het rijk van koning Ahasverus – in onze geschiedenis beter bekend als Xerxes I – leefden Joden “verstrooid en afgezonderd”, zoals we lezen in Esther 3:8. Vanwege een conflict tussen de koning en zijn gemalin Vasti gaf de koning bevel een tweede echtgenote voor hem te zoeken. De koning werd toen verliefd op de mooie joodse Hadassa Bat Abichaïl uit het huis van koning Saul; haar Perzische naam was Esther. Haar oom Mordechai was niet erg gelukkig met de hele zaak en daarom vroeg hij zijn nichtje niet haar afkomst en haar volk bekend te maken.

Lees meer...

Citaten van Joodse christenen

Jezus Christus werd als Koning van Israël bekend gemaakt door de engel bij de aankondiging (aan Maria): “God de Heere zal Hem het koninkrijk van zijn vader David geven en Hij zal over het huis van Jacob koning zijn in eeuwigheid (Luk. 1: 32 en33)”. Heeft Maria aan deze woorden een zogenaamd geestelijke zin kunnen hechten? Of is er nadien een andere engel gekomen om voor latere tijden de letterlijke zin van deze woorden weg te nemen?


(Isaäc da Costa, Vijfentwintig stellingen over de nationale wederoprichting van Israël en de wederkomst van de Heere Jezus Christus in heerlijkheid, aangeboden aan de Vergadering van Evangelische Christenen te Parijs, in hun zitting van 30 augustus 1855)