Regelmatig wordt er in het maandblad de antwoorden van leden gepubliceerd op voor ons belangrijke vragen. Een selectie hiervan wordt in deze rubriek "Leden aan het woord" weergegeven.

John Griffioen

John Griffioen

In zijn gezellige huiskamer, vol met Joodse voorwerpen en Israëlische wandbordjes, bezocht ik John Griffioen, zoon van ons helaas overleden lid Irene Griffioen-Fisher. Hieronder stelt hij zichzelf voor (T.O.).

Mijn naam is John Griffioen. Ik ben geboren in 1955 en heb nog een oudere zus en broer. Ik heb een streng christelijk-gereformeerde opvoeding gehad. Mijn moeder was Joods maar hield zich meer op de achtergrond. Het Joodse kwam niet zo ter sprake. Wel gingen we iedere zomer zes weken naar haar familie in Engeland op vakantie, naar mijn opa en oma, en mijn tante in Londen, waar we vaak logeerden. Zij deden niet zoveel aan het Joodse geloof en gingen niet naar de synagoge. Wél hielden ze zich aan de feestdagen.

Huib de Vries

In de hal staat een melkbus met daarop een afbeelding van de Klaagmuur. Ruth (30) erfde die van haar oma, die de Holocaust overleefde dankzij gereformeerde christenen die haar een schuilplaats boden. Verder verwijst niets in de woning naar de Joodse achtergrond van de bewoner. Ook dat erfde ze van haar oma. “Die was door haar levensgeschiedenis terughoudend in het uiten van haar Joodse identiteit. De verhalen over wat ze had meegemaakt in de Tweede Wereldoorlog, hebben me ongetwijfeld beïnvloed.”

Is uw paspoort gereed voor de eeuwigheid?

Nelleke Te Raa-Hoorenman over de coronacrisis

Ik zie de coronacrisis als het begin van de eindtijd. In de Bijbel staat dat er oorlogen, geruchten van oorlogen, rampen en ziektes over de hele wereld zullen komen. Maar mensen zijn horende doof en ziende blind. En er zal een radeloze angst heersen over de mensheid. Gelukkig zijn wij, die in de Messias geloven en ons geborgen weten in zijn hand. Dat wil niet zeggen dat we niet beproefd zullen worden. Maar hetzij wij leven of hetzij wij sterven, wij zijn van de Heer.

Harry Rosier

Huib de Vries

Harry Rosier (85) was al hoog en breed volwassen toen hij hoorde dat zijn vader Joods was. Zijn moeder werd vanuit het wezendorp Neerbosch bij Nijmegen als kinderverzorgster in een Joods gezin in Leiden geplaatst. Daar werd ze in 1934 bezwangerd door de heer des huizes. “Hij hield de boot af; mijn moeder kwam op straat te staan.”

Harry groeide op bij een tante in de Haarlemmermeer. De oorlogsjaren bracht hij deels door op een onderduikadres. Na de oorlog trad zijn moeder in het huwelijk met ‘vader Jacob’.

“Je bent pas echt dood wanneer je naam niet meer genoemd wordt.” Dit gevleugelde woord gaat in elk geval niet op voor ons vroegere lid Victorien Klompmaker. Op 5 mei, in het tv-programma ‘Ik mis je’, vertelt een van haar zoons uitgebreid over het leven van zijn moeder. Over haar onderduik als 12-jarig Joods meisje bij ‘ome’ Jan in Oldebroek, het verlies van haar ouders, broer, zus en zwager. Hoe, als door een wonder, haar kinderen na de oorlog zonder oorlogstrauma’s konden opgroeien en hoe ook aan het eind van haar leven de vreugde de overhand had. Ze wist immers waar ze naar toe ging.

Zie onderstaande video vanaf ca. 8 min.

Zondag 5-mei-2019

David Shkolnik

David Shkolnik

"De vreugde van het Evangelie" staat tegenover de "vreugde der Wet". De overeenkomst tussen de Wet en het Evangelie is dat het allebei levenswijzen zijn die onze Heer gedicteerd heeft. De ene, de Wet, is op de berg Chorev (Horeb, red.) gegeven voor een bepaalde tijd. Het was de bedoeling dat men door het naleven ervan eeuwig met Hem zou leven. 

Maar toen bleek dat dit niet tot het resultaat leidde dat Jahweh beoogd had, gaf Hij ons de de mogelijkheid om op andere wijze met Hem te leven en Hem te ervaren, namelijk door te leven uit genade en het bloed van Yeshua. Wie hem aanneemt als de Mashiach, de Verlosser, het waardige Lam der verzoening met onze Vader en Schepper, die krijgt het Eeuwige leven. 

Marianne van Muiswinkel-Simons

Marianne van Muiswinkel-Simons

Het doet mij verdriet om te merken hoe de zonde sporen trekt in mijn leven en in de wereld om mij heen. Wat is er toch veel ellende met menselijkerwijs gesproken geen perspectief.

En juist als ik daar bij stil sta, voel ik ook de diepe vreugde van het evangelie. Als God niet naar ons had omgezien, waren wij allemaal slaaf gebleven van de zonde (Romeinen 6). Dan hadden we ons lichaam en geest ten dienste gesteld aan het doen van onze eigen wil en niet aan een leven tot eer van God.

Martha Munneke-Gobetz

Verbaasd was ik toen ik voor het eerst bekende theologen hoorde zeggen, dat er nog nooit iemand uit de dood was teruggekomen. Waren ze dan Jesjoea vergeten, die uit de dood is verrezen met zijn Vredesgroet?
Verdrietig ook dat kennelijk de goede boodschap van de Opstanding zo langzamerhand schijnt te worden ingeruild voor het zogenaamd christelijke lentefeest van lammetjes, bloembollen en paaseieren.

Citaten

Joodse christenen van de tweede en derde generatie groeien bijna altijd op buiten een Joodse omgeving. Daardoor heeft hij een Hitleriaanse schok nodig die hem doet ontwaken tot het besef dat hij of zij anders is dan andere christenen.


(P.W. Cohen - kaptein bij het Leger des Heils, 1936)