Thea Ornstein

Rond het begin van onze jaartelling liepen er in Israël duizenden jongens rond die luisterden naar de naam Jezus oftewel Jozua/Jesjoea.
Veel mensen noemden hun zoon naar de opvolger van Mozes die de Israëlieten in het beloofde land heeft gebracht. Tussen die jongens is er één van wie wij belijden:
Hij is onze Verlosser. Hij brengt ons naar het beloofde land.

ds. S.P. Nijdam

"God evenwel heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeën van de dood, omdat het niet mogelijk was, dat Hij door hem werd vastgehouden". Handelingen 2 :24 

Is de opstanding van Jezus voor u een werkelijkheid, een mogelijkheid of een onmogelijkheid? Hoe zouden de reacties uitvallen, als aan een aantal mensen in de Kalverstraat van Amsterdam die vraag op Pasen werd gesteld? Waarschijnlijk zouden velen antwoorden: "een onmogelijkheid", en maar weinigen: "een werkelijkheid". En natuurlijk zou ook een flink percentage kiezen voor: "een mogelijkheid". Zó liggen de zaken vandaag de dag. Het is verdrietig genoeg, maar het is niet anders. En vindt u die negatieve opstelling helemaal onbegrijpelijk?

Citaten van Joodse christenen

Jezus Christus werd als Koning van Israël bekend gemaakt door de engel bij de aankondiging (aan Maria): “God de Heere zal Hem het koninkrijk van zijn vader David geven en Hij zal over het huis van Jacob koning zijn in eeuwigheid (Luk. 1: 32 en33)”. Heeft Maria aan deze woorden een zogenaamd geestelijke zin kunnen hechten? Of is er nadien een andere engel gekomen om voor latere tijden de letterlijke zin van deze woorden weg te nemen?


(Isaäc da Costa, Vijfentwintig stellingen over de nationale wederoprichting van Israël en de wederkomst van de Heere Jezus Christus in heerlijkheid, aangeboden aan de Vergadering van Evangelische Christenen te Parijs, in hun zitting van 30 augustus 1855)