Joop Akker
Hebben christenen tijdens de Tweede Wereldoorlog voldoende gedaan voor de vervolgde Joden? Recent verschenen twee boeken die deze vraag helpen beantwoorden.
Ds. G.C. Hovingh beschreef in ‘Verberg de verdrevenen’ hoe 606 predikanten tussen 1940 en 1945 Joden hielpen. Dit is 20% van alle predikanten en daarmee is dit de beroepsgroep die zich het meest ingezet heeft voor de Joden.
David van Wijck (Israël en de Bijbel) schilderde in ‘Geloofsdaden’ twaalf portretten van christenen en christelijke gemeenschappen die tijdens WO-II Joden redden. In dit artikel aandacht voor acht van de twaalf portretten uit dit boek.
Een Frans en een Deens dorp en het Drentse Nieuwlande
Het Franse bergdorp Le Chambon-sur-Lignon is één van de twee plaatsen die Yad Vashem in zijn geheel erkende als ‘Rechtvaardigen onder de volken’. Met de hulp van de Quakers hielp men 3000 tot 5000 Joden overleven.
Het Drentse Nieuwlande kreeg ook een Yad Vashem-onderscheiding. Door de inspanningen van Johannes Post en zijn dorpsgenoten vonden 300 tot 500 Joden in Nieuwlande en omgeving een onderduikadres. Post werd op 16 juli 1944 gefusilleerd.
Van de Deense Joden heeft 99% WO-II overleefd. De kustplaats Gilleleje, dat slechts 16 km. van Zweden verwijderd is, speelde daarbij een belangrijke rol. De overwegend Lutherse dorpelingen hielpen 7220 Joden en 680 andere vluchtelingen in boten naar het veilige Zweden ontsnappen.
Willem ten Boom, Cor de Cock en ds. Ader en hun gezinnen
Willem ten Boom (1886), de oudere broer van Corrie, verborg Joden in villa Theodotion in Hilversum en deed van daaruit verzetswerk, samen met zijn vrouw Tine en zoon Kik. Tijdens zijn studie in Leipzig kwam hij al vroeg in aanraking met het antisemitisme. In 1926 schreef hij dat hij tijdens de afgelopen winter en zomer vooraanstaande antisemieten had leren kennen. “Het heeft me gesterkt in de overtuiging dat een bijbels christen onmogelijk deze richting, die in laatste instantie het recht van het Oude Testament betwist, kan aanhangen.”
Willem overleed in 1946 aan tbc, opgelopen tijdens Duitse gevangenschap. Zoon Kik overleefde de oorlog niet; waarschijnlijk kwam hij om in Bergen Belsen.
In hun Utrechtse bovenwoning lieten ook Margaret en Cor de Cock Joden onderduiken. Deze hulp moest Cor met de dood bekopen. Hierdoor keerde Margaret na de oorlog God de rug toe. Tijdens een evangelisatiecampagne van Billy Graham in Amerika kwam ze op haar besluit terug. Terug in Nederland ging Margaret zich aan evangeliesatiewerk wijden. De volgende 43 jaar verspreidde ze in twaalf verschillende landen zo’n 100.000 Bijbels onder het Joodse volk, samen met haar medewerkster Joke Goedhart.
Ds. en mevrouw Ader redden met hun verzetswerk tussen de 200 en 300 Joden. Ds. Ader beraamde zelfs het plan om met anderen Kamp Westerbork te bestormen en de gevangenen te bevrijden. Helaas is het nooit zover gekomen. Hij werd verraden door een politieagent voor een pakje shag en promotie. Ook hij overleefde de oorlog niet.
Frits de Zwerver en tante Riek
Een ander portret is dat van ds. Frits Slomp (Heemse) en mevrouw Johanna Kuipers-Rietberg (Winterswijk), die tijdens de oorlog bekend stonden als Frits de Zwerver en tante Riek. Zij richtten de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) op.
Aanvankelijk aarzelde ds. Slomp om mee te doen, maar hij werd overgehaald door mevrouw Kuipers-Rietberg, die hem vroeg: “Zou het zo erg zijn als jij om het leven kwam, als er duizenden jongens gered worden?” Ds. Slomp overleefde de oorlog, maar mevrouw Kuipers-Rietberg kwam om in het concentratiekamp Ravensbrück.
Aristides De Sousa Mendes
tekst: David van Wijck
In 1938 wordt Aristides De Sousa Mendes consul van Portugal in het Franse Bordeaux. Portugal blijft officieel neutraal tijdens de oorlog, onder leiding van premier António de Oliveira Salazar. Waar Salazar vasthoudt aan strenge regels, laat Aristides zich leiden door zijn geweten en geloof.
In 1939 krijgt hij duidelijke instructies: visa mogen alleen met toestemming uit Lissabon worden verstrekt. Maar wanneer in 1940 duizenden vluchtelingen Bordeaux binnenstromen, kan Aristides niet langer toekijken. Onder hen is rabbijn Chaim Kruger, met wie hij bevriend raakt. Aristides vraagt documenten aan voor het gezin van de rabbijn, maar zonder resultaat. Toch belooft hij Kruger alles in het werk te stellen om hem Frankrijk uit te krijgen. ‘Maar ik ben niet de enige die hulp nodig heeft’, zegt de rabbijn. ‘De levens van al mijn volksgenoten zijn in gevaar.’
De woorden van de rabbijn maken indruk op Aristides. Drie dagen lang sluit hij zich op in zijn kamer om na te denken. Ondertussen staan er duizenden vluchtelingen voor zijn deur te wachten. Wat er in die drie dagen waarin Aristides zich terugtrekt precies is gebeurd, weet niemand. Op de ochtend van de vierde dag komt Aristides naar buiten. Hij zwaait de buitendeur open en zegt met luide stem tegen de duizenden wachtende vluchtelingen: ‘Vanaf nu krijgt iedereen een visum. We kijken niet langer naar nationaliteit, ras of religie. Ik kan niet toestaan dat jullie allemaal sterven. De enige manier om mijn geloof te respecteren, is te handelen naar de stem van mijn geweten. Ik sta liever met God tegenover mensen, dan met mensen tegenover God.’
Wat volgt, is een indrukwekkende reddingsactie. Samen met zijn gezin, medewerkers en rabbijn Kruger werkt Aristides dag en nacht door. Paspoorten worden verzameld, ondertekend en gestempeld. In korte tijd krijgen duizenden mensen de kans om te vluchten. Terwijl in andere delen van Europa de vernietiging plaatsvindt, is Bordeaux een plek van hoop geworden.
Wanneer de situatie verslechtert en de Duitsers oprukken, reist Aristides naar andere steden om ook daar visa uit te schrijven. Hij gaat zelfs zo ver dat hij, tegen de orders van zijn regering in, collega’s opdracht geeft hetzelfde te doen. In Bayonne en later bij de Spaanse grens blijft hij mensen helpen, vaak onder grote druk en gevaar.
Op een gegeven moment sluit Spanje de grens. Toch vindt Aristides een uitweg. Hij leidt een groep vluchtelingen via een onbekende route naar een doorgang waar ze alsnog kunnen oversteken. Zijn vastberadenheid redt opnieuw vele levens.
Maar zijn daden blijven niet zonder gevolgen. De Portugese regering neemt hem zijn functie af. Ondanks zijn inzet en moed leeft hij de rest van zijn leven in armoede. Toch blijft hij overtuigd dat hij het juiste heeft gedaan.
Pas na zijn dood wordt Aristides erkend voor zijn daden. In 1966 krijgt hij van Yad Vashem de titel ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’. Later volgt ook eerherstel in Portugal.
Aristides De Sousa Mendes redt naar schatting 30.000 mensen, onder wie 10.000 Joden. Zijn verhaal laat zien wat er kan gebeuren als iemand luistert naar zijn geweten en handelt vanuit geloof.
Bron:
Van Wijck, D. (2026). Geloofsdaden: Christenen die Joden hielpen tijdens de Holocaust. Gideon.
Het boek is verkrijgbaar via Stichting Israël en de Bijbel, Uitgeverij Gideon en de christelijke boekhandels.
De geschiedenis van Aristides De Sousa Mendes is een verkorte versie van een verhaal hieruit. Geplaatst met toestemming van auteur en uitgever.
Dit artikel is afkomstig uit het maandblad Hadderech van mei/juni 2026
