Ds. J.H. Grolle

Oudere mensen vertellen me vaak dat Bijbelvertellingen op hen als kinderen de indruk wekten dat Joden altijd klaagden, oorlog voerden, ontrouw waren en ook nog eens Jezus hadden gekruisigd. Meestal antwoord ik dat ieder volk zijn voorouders verheerlijkt en hun gebreken verzwijgt.

Maar in de Bijbel vertelt Israël openhartig over alle zonden van zijn voorouders. Niet omdat zij beter zijn dan andere volken maar omdat het Gods Woord is.

Israël als spiegel van Gods genade

Het is daarbij belangrijk om te beseffen dat de God van het Oude Testament dezelfde is als die van het Nieuwe Testament. Ook in het Oude Testament is alles louter genade. Daarom moeten we, wanneer we in de spiegel van Israëls geschiedenis kijken, nooit concluderen dat zíj zulke grote zondaren zijn. De les, die we tot onze troost mogen leren, is dat net zo zondige mensen als wij Gods kinderen worden genoemd. (Hosea 11:1)

Lijden als kenmerk van Gods volk

Het is ook on-Bijbels om bij de geschiedenis van Israël alleen te denken in termen van straf en oordeel. De profeet zegt weliswaar dat God van alle geslachten op aarde alleen Israël heeft gekend en dat Hij daarom al hun ongerechtigheden aan hen zal bezoeken (Amos 3:2).
Anderzijds gaan in de Schrift lijden en uitverkiezing altíjd hand in hand. Zelfs als Israël volmaakt zou zijn, zou zijn lijden veel zwaarder zijn dan dat van de andere volken. Het feit dat Israël bij God hoort, brengt lijden met zich mee: “Om U worden we de hele dag gedood”. (Psalm 44:23)
In Romeinen 8 geldt hetzelfde voor de christelijke gemeente: het lijden is daar juist een bewijs dat zij bij God hoort. De gemeente die het lijden schuwt, verliest het belangrijkste kenmerk van het volk van God op aarde ...

Bron: archief Hadderech. Hertaald en ingekort.

Ds. Johan Hendrik Grolle (1899–1974) was erelid van Hadderech. Na de Tweede Wereldoorlog volgde hij dr. Willem ten Boom op als secretaris van de Hervormde Raad voor Kerk en Israël. Hij zette zich onvermoeibaar in voor het Joodse volk, de staat Israël, en voor de Joodse leden van de christelijke kerken.


Dit artikel is afkomstig uit het maandblad Hadderech van september/oktober 2026