Pieter A. Siebesma
Dat in de psalmen veel gebeden voor Jeruzalem zijn opgenomen, is bekend. Zo dichtte David in Psalm 122:6-7:
“Bidt Jeruzalem vrede toe: mogen wie u liefhebben, rust genieten; vrede zij binnen uw muur, rust in uw burchten.”
Met name in de Babylonische ballingschap en daarna vinden we veel gebeden voor Jeruzalem. Daniël, die als balling aan het Babylonische hof verbleef, bad:
“Neig Uw oor, mijn God, en hoor! Open Uw ogen om onze verwoestingen en de stad te zien waarover Uw Naam is uitgeroepen (…) Heere, luister. Heere, vergeef. Heere, sla er acht op en doe het, wacht niet langer – omwille van Uzelf, mijn God. Over Uw stad en over Uw volk is immers Uw Naam uitgeroepen!”
Ook in de apocriefe boeken vinden we gebeden voor Jeruzalem. Zo bidt Tobias voor Jeruzalem:
“Jeruzalem, u heilige stad, Hij zal u kastijden over de werken van uw kinderen en Hij zal zich weer ontfermen over de kinderen van de rechtvaardigen. (…) O, gelukkig zijn zij die u liefhebben, zij zullen zich verblijden in uw vrede. Gelukkig zijn zij, die zich bedroeven over al uw kastijdingen, want zij zullen zich over u verblijden, als zij al uw heerlijkheid hebben aanschouwd, en zij zullen zich verheugen tot in eeuwigheid. Mijn ziel love God, de grote Koning!” (Tobith 13)
Jeruzalem centraal
Pas na de verwoesting van Jeruzalem en de Tempel in het jaar 70, terwijl de meerderheid van het Joodse volk buiten Israël en Jeruzalem woonde, kregen Israël en Jeruzalem een centrale plaats in de Joodse gebeden.
Ook binnen de joodse halacha en in de Joodse literatuur wordt relatief veel aandacht besteed aan het land en de stad. Tweeduizend jaar lang heeft men het verlangen verwoord om terug te keren naar Jeruzalem. Psalm 137:5 wordt daarbij vaak aangehaald, waar de dichter zegt:
“Als ik u vergeet, Jeruzalem, laat dan mijn rechterhand mij vergeten. Laat mijn tong vastkleven aan mijn gehemelte als ik niet aan u denk.”
Nog altijd voelen Joden zich door deze klacht aangesproken en neemt deze stad een belangrijke plaats in hun gedachten en gevoelens in.
Jeruzalem in het achttiengebed
In de gebeden voor Jeruzalem komen vier nauw met elkaar verbonden aspecten ter sprake:
- De bede om te mogen terugkeren naar Jeruzalem
- De bede dat Jeruzalem herbouwd mag worden
- De bede dat de Tempel herbouwd mag worden
- De bede om de komst van de Messias en zijn heerschappij op de troon van zijn vader David in Jeruzalem.
Pas wanneer dat heeft plaatsgevonden, zal Jeruzalem de stad van vrede zijn.
Deze vier aspecten vinden we ook terug in het centrale gebed van de joodse godsdienstoefening het ‘sjemone esre’, het zoge¬naamde achttiengebed. Dit wordt ook wel ‘amieda’ ge¬noemd (let¬terlijk ‘staan’, omdat men het staande bidt). Dit gebed stamt uit de eerste eeuwen van de jaar¬tel¬ling. Ortho¬doxe joden bidden het gewoonlijk drie keer per dag, op sjabbat bidt men het vier keer en op Grote Verzoendag zelfs vijf keer.
In de tiende tot en met de vijftiende bede wordt, terwijl men met het gezicht naar Jeruzalem staat, gevraagd of het Messiaanse tijd¬perk spoedig mag aanbreken en of het volk Is¬raël mag terugkeren naar het land van Israël. De tiende bede luidt:
“Blaast op de grote bazuin voor onze vrijheid (…) en verzamel ons vanuit de vier hoeken van de aarde. Gezegend bent U, HEERE, die de verstrooiden van Zijn volk Israël verzamelt!"
Het gebed voor Jeruzalem bij bruiloften en aan tafel
In de zeven lofzeggingen die tijdens de huwelijksplechtigheid worden gereciteerd, wordt ook verwezen naar Jeruzalem. Jeremia 33:10-11 wordt in de laatste zegenbede aangehaald:
“Moge spoedig gehoord worden, o HEERE onze God, in de steden van Juda en op de pleinen van Jeruzalem de stem van vreugde en de stem van vrolijkheid, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid.”
En bij het birkat hammazon, het dankgebed na de maaltijd, bidt men:
“Heb erbarmen HEERE onze God over ons en over Israël, Uw volk,
en over Jeruzalem, Uw stad, en over de berg Zion, woonstede van Uw heerlijkheid en over het grote en heilige Huis, waarover Uw naam is uitgeroepen. (…) En doe het koningschap van het huis van David, uw gezalfde, naar haar plaats terugkeren, spoedig, in onze dagen.”
Zo bidt men al bijna tweeduizend jaar lang, van New York tot Hongkong en van Oslo tot Kaapstad, dagelijks om het herstel van Jeruzalem, de terugkeer daarheen en om de komst van het messiaanse rijk en de herbouw van de tempel.
Dit artikel is afkomstig uit het maandblad Hadderech van september/oktober 2026
