rabbijn I. Maarsen
Alles wat de Heilige, geloofd zij Hij, geschapen heeft, heeft slechts één doel: Zijn verheerlijking. Want er is gezegd: “Al wat naar mijn Naam genoemd wordt en ik voor mijn verheerlijking heb geschapen, heb ik gevormd en gemaakt” (Jesaja 43:7). En ook: “De Eeuwige zal eeuwig en altoos Koning zijn” (Exodus 15:18). Pirkee Avot 6:11
Deze spreuk geeft de betekenis aan van de hele schepping, naar joods inzicht. Een inzicht, dat zo oud is als de Bijbel zelf. Psalm 148 roept de hele natuur, het hogere en het lagere, het levenloze en levende, het redeloze en met rede begaafde, op om mee te zingen met een lofzang op God.
De taak van de mens op aarde is: zijn leven zó te richten, dat het één grote lof, één grote verheerlijking is van Hem, die het leven schonk en de levensmogelijkheid doet bestaan.
Ook al is op dit moment nog niet iedereen overtuigd van deze eeuwige waarheid, en worden er opvattingen verkondigd die de levenstaak van de mens anders opvatten, de tijd zal zeker komen dat in een herboren wereldorde alle stervelingen zullen inzien dat alleen God Koning is, wiens koningschap van alle tijden is!
Uit: Maarsen, I. De spreuken der vaderen. W.J. Thieme & Cie, 1932
Dit artikel is afkomstig uit het maandblad Hadderech van maart/april 2026
