Richard Harvey
Over de betekenis van de Thora en de joodse traditie voor leerlingen van Jesjoea lopen de meningen erg uiteen. Dit concludeerde Richard Harvey in 2009 in zijn proefschrift waarin hij de theologie van een aantal eigentijdse messiaans-Joodse denkers in kaart bracht. De verschillen die Richard vond, bestaan waarschijnlijk nog steeds (red.).
De Wet van Mozes is achterhaald (Arnold Fruchtenbaum)
Er zijn messiasbelijdende Joden die de Wet van Mozes als achterhaald beschouwen. Jesjoea heeft immers een nieuw verbond ingewijd. Het oude is verdwenen. De offerwetten zijn vervuld in de Messias en de civiele wetten waren alleen van belang voor het oude Israël. Slechts de universele morele wetten, uiteengezet in de tien geboden, zijn nog van kracht. Het onderhouden van de Wet van Mozes is daarom een dwaalspoor, een ontkennen van Gods genade en van de rechtvaardiging door geloof alleen. Men herbouwt zo de scheidsmuur van Efeze 2:14. Dit is de opvatting van bijvoorbeeld Arnold Fruchtenbaum, die ooit zei dat hij zonder gewetensbezwaar een broodje ham at, zolang hij daarmee maar geen aanstoot gaf.
De Thora heeft geen religieuze betekenis (Gershon Nerel)
Een andere visie (Gershon Nerel) gaat uit van de culturele en sociale waarde van de Mozaïsche wetgeving maar kent hieraan niet een religieuze betekenis toe. De joodse kalender, de besnijdenis en de spijswetten waren eeuwenlang onderdeel van het Joodse leven en zijn nog steeds bindend voor de etnische, culturele en nationale identiteit. Ze hebben alleen geen theologische waarde en maken de mens niet rechtvaardiger. Dientengevolge zijn ze niet voorgeschreven voor Joodse gelovigen in Jezus, die vrij zijn ze te onderhouden of niet.
De Joodse traditie is nog steeds geldig (Daniel Juster e.a.)
Daniel Juster, David Stern en anderen zien de joodse traditie als de context waarbinnen de Bijbelse Thora en het Nieuwe Verbond begrepen moeten worden. Jesjoea stelde in zijn leven en onderricht, samen met de vroege kerk, een nieuwe halacha (geloofspraktijk) vast voor de Nieuwtestamentische gemeente. Deze halacha ontwikkelt zich nog steeds, naar het voorbeeld van de eerste messiasbelijdende Joden in het boek Handelingen. Zij hielden er een joodse levensstijl met joodse gebruiken op na, waarbij ze sommige aanpasten, andere verlieten en slechts enkele van toepassing verklaarden op de volkeren. Messiasbelijdende Joden die zich zo aan de Thora houden erkennen haar waarde maar stellen de uitwerking ervan door de belangrijkste stromingen binnen het jodendom ter discussie.
De Thora is nog steeds maatgevend (Mark Kinzer)
Een vierde positie wordt ingenomen door o.a. Mark Kinzer, die ervan overtuigd is dat de Thora nooit afgeschaft, beperkt of substantieel veranderd is door de komst van Jesjoea. Hij pleit ervoor dat messiasbelijdende Joden zich houden aan de Thora, in overeenstemming met de orthodoxe of conservative traditie, met slechts enkele uitzonderingen. Zo kunnen ze hun identiteit ontwikkelen binnen de joodse gemeenschap. Ze behoren zich te beschouwen als leden van de joodse gemeenschap, zelfs als deze hen niet accepteert.
Identificatie met het traditionele jodendom (Elazar Brandt)
Enkelen, zoals Elazar Brandt identificeren zich volledig met het traditionele jodendom. Zij zien de joodse traditie als het geïnspireerde, door God gegeven middel tot behoud van het Joodse volk. Het potentiële gevaar van deze benadering is dat er afbreuk gedaan wordt aan de betekenis van Jesjoea en diens verlossingswerk. Deze optie kan wel aantrekkelijk zijn voor degenen die in hun Joodse identiteit bevestiging zoeken bij de Joodse gemeenschap. Het kan echter ten koste gaan van een effectief getuigenis en een isolement ten opzichte van andere gelovigen tot gevolg hebben.
Bron: Richard Harvey, Mapping Messianic Jewish Theology.
Zie ook: Messiasbelijdende Joden vieren de sjabbat
Dit artikel is afkomstig uit het maandblad Hadderech van januari-februari 2026.
