Op 2 februari overleed op 91-jarige leeftijd in Engeland de aimabele Martin Goldsmith. Martin begon zijn loopbaan als vertaler Russisch bij de Royal Navy en studeerde Russische politieke filosofie en moderne talen in Oxford.
Na een studie theologie in Bristol, werkten hij en Elisabeth, zijn vrouw, tien jaar als zendelingen in Zuid-Oost Azië.
Terug in Engeland verbonden ze zich aan All Nations Christian College, een opleidingsinstituut voor zendelingen. Martin was een veelgevraagd spreker en heeft meer dan 20 boeken geschreven.
Onderstaande is uit een vraaggesprek met Richard Harvey in 2020.
Het slotgedeelte ‘gedachten bij Haggai’ komt uit een inleiding voor een kerkelijke gemeente die zich in 2024 in dit Bijbelboek wilde gaan verdiepen.
Martin, hoe ben je tot geloof gekomen?
Mijn ouders wilden echt Engels zijn, en dus lieten ze zich, hoewel ze atheïsten waren, dopen. Ik ben dus feitelijk zonder religie opgevoed.
Als tiener kreeg ik een Bijbel in handen, maar ik besefte niet dat het een religieus boek was. Ik was erdoor gefascineerd en realiseerde me dat de held, God, allerlei wonderen verrichtte.
Het was de tijd van al het nieuws over de bevrijding van de kampen in Duitsland en Polen. Maar op mijn school was er nog veel antisemitisme. Tussen mijn 13e en 15e werd ik op school erg gepest met antisemitische opmerkingen en ik vroeg God om een wonder: 24 uur waarin niemand iets tegen me zou zeggen of doen. Ik bedoelde: niet pesten of plagen, maar God vatte het letterlijk op: 24 uur lang stelde geen enkele leraar me een vraag of gaf me huiswerk op of iets dergelijks en niemand zei of deed iets tegen me - stilte, absolute stilte. Deze gebedsverhoring overtuigde me ervan dat God bestond.
Hoe werd daarna je geloof in God versterkt?
Ik werd heel religieus, ging minstens één keer per dag naar de schoolkapel, enzovoort. Maar dat was niet echt een succes. Daarna deed ik mijn militaire dienst bij de marine en vervolgens ging ik naar de universiteit in Oxford. Eén van de studenten legde me uit dat het niet ging om wat ik voor God deed, maar om wat God voor mij had gedaan in het werk van Jezus de Messias. Dát veranderde mijn leven.
Hoe was het om als Jood in een christelijke kerk te zijn?
Aanvankelijk dacht ik niet zo veel na over mijn Joodse achtergrond. Al mijn ervaringen waren christelijk en al mijn medechristenen niet-Joden. Alles in mijn nieuwe geloof was dus niet-Joods. Pas later besefte ik dat ik mijn christelijke geloof moest aanpassen aan de Joodse cultuur.
Toen ik voor het eerst een toegewijd christen werd, merkte ik altijd dat ik van Jezus hield, en van de Bijbel en van andere gelovigen in Jezus. Maar mijn christelijk geloof ervoer ik ook een beetje als een jas die niet helemaal paste. Daarom voelde ik me nooit helemaal op mijn gemak in mijn geloof. Pas toen ik als zendeling naar Indonesië ging en de Indonesische kerk leerde kennen, ontdekte ik plotseling dat ik me daar wél thuis voelde. Ik ging de Bijbel met Joodse ogen bekijken en vanuit een Joods perspectief nadenken over mijn geloof.
Hoe zag dit Joodse perspectief op het geloof eruit?
Ik denk dat het Westen erg individualistisch georiënteerd is. Maar de Indonesische kerk was veel meer groepsgericht. Ik denk dat dat ook beter past bij de Joodse cultuur.
Bovendien gaan wij Joden anders om met werkwoorden en tijd. Wij beleven dingen alsof ze nu plaatsvinden, terwijl ze in werkelijkheid duizend jaar geleden plaatsvonden of pas over duizend jaar zullen plaatsvinden. In de Hebreeuwse Bijbel geven de werkwoorden ook nauwelijks aan of het om verleden, heden of toekomst gaat.
Wat doe je tegenwoordig zoal?
Ik geef nog steeds een beetje les aan het All Nations Christian College. Ik reis ook de wereld rond om te prediken en les te geven in christelijke kerken en op conferenties. En ik schrijf elke week blogs over de geschriften van Johannes in het Nieuwe Testament op: Martin Goldsmith
Ik heb het gevoel dat de geschriften van Johannes echt de kern vormen van wat we vandaag de dag nodig hebben. Johannes vertelt ons dat we door geloof in Jezus leven kunnen hebben, een overvloedig leven hier op aarde, en ook dat we eeuwig leven kunnen hebben als we sterven. Maar hij legt ook sterk de nadruk op liefde en relaties. Onze wereld van vandaag lijdt zó onder gebroken relaties en er is zóveel eenzaamheid!
Bron: YouTubekanaal Jew in the Pew
Gedachten bij Haggai
Israël was in ballingschap naar Babylon gevoerd, maar in 538 v.Chr. teruggekeerd naar zijn eigen land. Bijna twintig jaar later, in 520, verscheen Haggai ten tonele. Het volk had gemerkt dat de oogsten achterbleven en het lijkt erop dat er droogte was geweest. De oorzaak was dat ze hun eigen huizen hadden gebouwd, maar dat hun geloof in en hun aanbidding van God op de tweede plaats kwam.
Het boek Haggai benadrukt meerdere keren dat Haggai het woord van de HEER sprak. Dat moet uiterst serieus genomen worden. Het ging niet om een woord van mensen, maar om een woord van de ‘HEER van de legermachten’ - zo noemt Haggai God meestal. Er was sprake van diep ontzag en een intens besef van Gods luister, majesteit, heerlijkheid.
Wij denken niet meer zo in hoog en laag. Maar wanneer de profeet het woord van de HEER spreekt, is er plotseling geen gelijkheid meer. Het spreken van God is iets dat alles overstijgt, een echte wow-ervaring!
Ik denk dat we in het westen veel te gemakkelijk denken over God. In joodse kringen wordt het woord 'God' niet eens gebruikt. Daarvoor is Hij te glorieus, te verheven. We moeten in onze kerkelijke kringen het besef van de majesteit en de heerlijkheid van God terugkrijgen, denk ik. Het is gewoonweg verbazingwekkend dat deze God bij ons wil zijn! Immanuel - God met ons - is trouwens óók een sleutelwoord bij Haggai.
Een kerkgebouw zou iets van de aard, het karakter en de glorie van God moeten laten zien, zodat het spreekt over Gods majesteit.
Maar het zijn ook de mensen en hun daden die de aard van God behoren te weerspiegelen. Als dus blijkt dat de kerk zich op de een of andere manier misdraagt, wordt de Naam van God door het slijk gehaald.
Maar aan de andere kant, als buitenstaanders de indruk krijgen dat de kerk een plaats is van liefde, eenheid en vreugde, zal men zich niet alleen aangetrokken voelen tot de kerk, maar ook tot de God die de kerk dient en aanbidt!
Bron: Haggai overview met Martin Goldsmith
Dit artikel is afkomstig uit het maandblad Hadderech van maart/april 2026
